HET SPOOR. HET VAK. MIJN VERHAAL.

Stap in.
Kijk mee.
Ontdek het vak.

Vanuit de cabine neem ik je mee in de wereld van het spoor. De ritten, de verhalen en alles daartussen.

Terug naar home

Het spoor & het vak

Seinenboek (Bijlage 4, Regeling Spoorverkeer)

Bekijk de knipperende seinbeelden

Langzaam voorbeeldtempo: één cyclus per 1,6 seconde. Dit is geen weergave van de exacte praktijkfrequentie. Je kunt alle animaties bovenaan pauzeren.

Animaties staan stil.

Tekst bijgewerkt naar Bijlage 4, versie 1 januari 2026. Bekijk het actuele officiële seinenboek.

Bijlage 4 — tekstversie 1 januari 2026. Officiële bron: Regeling spoorverkeer

1 Algemeen

1.1 Begripsomschrijvingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • groenvariant: de seinen 201, 202, 206a en 206b;
  • plaatselijke snelheid: de door een snelheidsbord 314 of 316 aangegeven maximale snelheid;
  • rijden op zicht: rijden met een zodanige snelheid, niet hoger dan 40 kilometer per uur of zoveel minder bij een lagere plaatselijke snelheid, dat in geval van bezet spoor of ander kenbaar gevaar op elk punt tijdig kan worden gestopt;
  • snelheidsaanduiding: snelheden worden aangegeven door getallen in seinen, waarbij geldt: snelheid is getal x 10 kilometer per uur;
  • snelheid begrenzen: opdracht de snelheid te verlagen tot de aangegeven snelheid en de toestemming te rijden met ten hoogste de aangegeven snelheid;
  • tijdelijke snelheidsbeperking: tijdelijke beperking op de plaatselijke snelheid.

1.2 Toestemmingen en opdrachten

De in deze bijlage vermelde seinen geven toestemmingen en/of opdrachten.

Opdrachten om de snelheid te begrenzen worden op een zodanige afstand gegeven, dat deze opdracht tijdig kan zijn uitgevoerd. Tijdig betekent dat de beschikbare remweg voldoende is om de opgedragen lagere snelheid te bereiken.

Voor het verlagen of verhogen van de snelheid geldt, dat:

  • een snelheidsverlaging moet zijn ingezet als het eerste voertuig het sein passeert dat een snelheidsverlaging opdraagt;
  • een snelheidsverhoging pas mag worden uitgevoerd als het laatste voertuig het sein dat een snelheidsverhoging toestaat, helemaal is gepasseerd.

2 Lichtseinen

2.1 Hoofdseinen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 201
Hoog geplaatst groen licht
Rijden toegestaan met de plaatselijke snelheid. Als bij vertrek de plaatselijke snelheid niet bekend is, is rijden toegestaan met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur.
Nr. 202
Hoog geplaatst knipperend groen licht met een door wit licht gevormd getal
Rijden toegestaan met ten hoogste de aangegeven snelheid.
Nr. 206a/b
Hoog geplaatst knipperend groen licht of laag geplaatst groen licht
206a (hoog geplaatst knipperend groen licht): rijden toegestaan met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur.

206b (laag geplaatst groen licht): rijden toegestaan met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur of de ter plaatse geldende lagere snelheid.
Nr. 209
Hoog geplaatst geel licht met een door knipperend wit licht gevormd getal
Snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid. Deze snelheid kan niet in alle situaties bij het volgende hoofdsein bereikt zijn. In die situaties mag de remming niet onderbroken worden indien het volgende hoofdsein een verdere begrenzing van de snelheid opdraagt.
Nr. 210
Hoog geplaatst geel licht met een door wit licht gevormd getal
Snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid. Deze snelheid moet vóór het volgende hoofdsein bereikt zijn.
Nr. 212a/b
Hoog of laag geplaatst geel licht
212a (hoog geplaatst geel licht): Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur of lager, om voor het eerstvolgende sein met betekenis ‘stop’ te kunnen stoppen.

212b (laag geplaatst geel licht): Rijden toegestaan met ten hoogste 40 kilometer per uur, of de ter plaatse geldende lagere snelheid, om voor het eerstvolgende sein met betekenis ‘stop’ te kunnen stoppen.
Nr. 214a/b
Hoog of laag geplaatst geel knipperend licht
Rijden op zicht.
Nr. 215a/b
Hoog of laag geplaatst rood licht
Stoppen vóór het sein.
Nr. 216a/b
Hoog of laag geplaatst wit licht
Door een bedieningshandeling uitgeschakeld sein. Rijden toegestaan na verkregen toestemming tot rangeren.

2.2 Voorseinen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 217a/b
Hoog geplaatst groen licht:
a. met een achtergrondscherm met drie of vier rechte hoeken;
b. zonder achtergrondscherm met daaronder een voorseinbord 291b.
Rijden toegestaan met de plaatselijke snelheid. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.
Nr. 218a/b
Hoog geplaatst geel licht met een door wit licht gevormd getal:
a. met een achtergrondscherm met drie of vier rechte hoeken;
b. zonder achtergrondscherm met daaronder een voorseinbord 291b.
Snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid. Deze snelheid moet vóór het volgende hoofdsein bereikt zijn. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.
Nr. 219a/b
Hoog geplaatst geel licht:
a. met een achtergrondscherm met drie of vier rechte hoeken;
b. zonder achtergrondscherm met daaronder een voorseinbord 291b.
Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur of lager, om voor het eerstvolgende sein met betekenis ‘stop’ te kunnen stoppen. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.

2.3 Lichtseinen met borden met een zwarte driehoek

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 222
Hoog geplaatst geel licht met:
– een achtergrondscherm met rechte of afgeronde hoek, en
– daaronder een wit vierkant bord met een zwarte driehoek met de punt omhoog
Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur of lager, om voor het eerstvolgende sein met betekenis ‘stop’ te kunnen stoppen. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.
Nr. 215a
Hoog of laag geplaatst rood lichtmet een vierkant wit bord met een zwarte driehoek met de punt omhoog
Stoppen vóór het sein.
Nr. 221
Hoog geplaatst wit licht met:
– een achtergrondscherm met rechte of afgeronde hoek en daaronder
– een wit vierkant bord met een zwarte driehoek met de punt omhoog
Rijden toegestaan. Aanduiding van een volgend sein nr. 220a/b dat wit licht uitstraalt. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.
Nr. 220a/b
Hoog of laag geplaatst wit licht met een vierkant wit bord met een zwarte driehoek met de punt omhoog
Voorbijrijden toegestaan.

De inrichting achter het sein is veilig berijdbaar. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.

3 Snelheidsborden

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 313
Snelheidsverminderingsbord
Snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid. Deze snelheid moet voor het eerstvolgende bord Nr. 314 bereikt zijn. Rijden met de aangegeven snelheid toegestaan indien voorgaand een groenvariant getoond werd.
Nr. 314
Snelheidsbord
Aanduiding van de plaatselijke snelheid die voorbij het bord geldt.

Snelheid verhogen naar een aangegeven snelheid hoger dan 40 kilometer per uur is alleen toegestaan indien voorafgaand een groenvariant getoond werd.
Nr. 316
Snelheidsbord
Aanduiding van de plaatselijke snelheid die voorbij het bord geldt. Snelheid verhogen naar een aangegeven snelheid hoger dan 40 kilometer per uur is alleen toegestaan indien voorafgaand een groenvariant getoond werd.
Nr. 324
Snelheidsbord Overweg / Weegbrug
De door het getal aangegeven snelheid mag niet worden overschreden totdat:

a. de voorkant van de trein de overweg is gepasseerd; of

b. de gehele trein de weegbrug is gepasseerd.
Nr. 325a
‘L’-bord
DagNacht twee synchroon knipperende gele lichtenAanduiding van een tijdelijk verlaagde plaatselijke snelheid.
Nr. 325b
Tijdelijk snelheidsbord
Snelheid begrenzen tot de door het getal aangegeven snelheid, met dien verstande dat bij een bord met twee getallen:

• het onderste getal geldt voor treinen bestemd voor het vervoer van goederen en met een snelheid lager dan 120 kilometer per uur en voor losse locomotieven; en

• het bovenste getal voor de overige treinen.
Nr. 326a
‘A’-bord
DagNacht (een knipperend geel licht)Aanduiding van het begin van een spoorgedeelte waarvoor een tijdelijke snelheidsbeperking volgens het voorafgaande tijdelijke snelheidsbord geldt.
Nr. 327a
E’-bord
Aanduiding van het einde van een spoorgedeelte waarvoor de tijdelijke snelheidsbeperking geldt.

4 Aanvullende seinen

4.1 Richtingaanwijzer en herhalingssein

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 252
Richtingaanwijzer
Aanduiding van de bestemming van de ingestelde rijweg.
Nr. 272
Herhalingssein diagonaal
Aanduiding dat het eerstvolgende lichtsein een ander seinbeeld uitstraalt dan rood of geel knipperend licht.
Nr. 273
Herhalingssein horizontaal
Aanduiding dat het eerstvolgende lichtsein rood licht of geel knipperend licht uitstraalt.

4.2 Borden aan lichtseinen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 291a
Bord ‘Noodbediening overweg’
Aanduiding van een lichtsein met een voorziening om in geval van storing de spoorwegovergang te kunnen sluiten.
Nr. 291b
Voorseinbord
Aanduiding van een voorsein zonder achtergrondscherm.
Nr. 291c
P-bord
Aanduiding van een P-sein.

4.3 Baken

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 249
Baken
Aanduiding van de nadering van een voorsein.
Nr. 249a
Keperbaken
Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur of zoveel minder als nodig om voor het eerstvolgende ‘stop’ tonende sein te kunnen stoppen.
Nr. 251
Reflectorplaatje
Aanduiding van de nadering van een lichtsein of een stopplaatsmarkering nr. 227a of nr. 227b’.
Nr. 251a/l
Bord ‘Bijzonder gevaarpunt’
Aanduiding van een achter het lichtsein gelegen bijzonder gevaarpunt.
Nr. 251a/II
Gele bakens
Aanduiding van de nadering van een lichtsein dat op ten minste remwegafstand voorafgaat aan een lichtsein voorzien van een bord bijzonder gevaarpunt nr. 251a/l.
Nr. 251b
Reflectorplaatje rechthoekig met schuine strepen
Aanduiding van de nadering van een P-sein dat voorafgaat aan een hoofdsein zonder P.

5 ATB-seinen

5.1 ATB-baanseinen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 328a
ATB-naderingsbord
Aanduiding van de nadering van het bord ‘Nr. 328 ATB-inschakelbord’.
Nr. 328
ATB-inschakelbord
Aanduiding van het begin van de inschakelsectie van het automatische treinbeïnvloeding systeem ATB.
Nr. 328b
ATB-code bord
Aanduiding van het begin van met ATB of ATBNG beveiligd gebied of de overgang tussen deze gebieden.
Nr. 329
ATB-uitschakelbord
Aanduiding van het einde van het gebied waar het automatische treinbeïnvloeding systeem ATB of ATBNG functioneert.
Nr. 330
ATB-codewisselsein (wit licht)
Aanduiding van het tonen van een cabinesein dat een snelheidsbegrenzing oplegt.

5.2 ATB-cabineseinen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
ALS VASTE SEINEN OF ‘L’-, ‘A’- EN ‘E’-BORDEN EEN LAGERE SNELHEID OPLEGGEN DAN DE ATB-CABINESEINEN, MOET DIE LAGERE SNELHEID WORDEN AANGEHOUDEN.
nr. 801
Groen licht/groen licht met snelheidsmeter
Rijden toegestaan met de door de vaste seinen aangegeven snelheid.
Nr. 802
Geel licht
Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur
Nr. 803
Geel met getal/snelheidsmeter
Snelheid begrenzen tot de door borden en lichtseinen aangegeven snelheid.
Nr. 804
Wit licht
Aanduiding van het voldoen aan het ATB-remkriterium.
Nr. 805
Blauw licht
Aanduiding van het buiten dienst zijn van het automatisch treinbeveiligingssysteem.
Nr. 806
Rood licht
Aanduiding van een door het automatisch treinbeveiligingssysteem ingezette remming.
Nr. 807
Eén gongslag
Wijziging cabinesein.
Nr. 808
Meer gongslagen
ATB schakelt ‘Buiten dienst’.
Nr. 809
Continu belsignaal
De door de ATB opgedragen snelheid wordt overschreden.
Nr. 810
5 seconden belsignaal
De door de ATB Nieuwe Generatie opgedragen snelheid wordt overschreden.
Nr. 811
Korte belsignalen
De door de ATB opgedragen snelheid is bereikt.
Nr. 812
Zoemer
Kwiteren
Nr. 813
Elektrisch zicht
Vooraankondiging snelheidsbegrenzing.

De snelheid moet begrensd zijn tot de snelheid vermeld in het display ‘doelsnelheid’ op een afstand aangegeven op de ‘afstandmeter doelsnelheid’.

6 Seinen voor tunnels en steile hellingen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 276
´L´-sein
Snelheid zodanig begrenzen dat voor het eerstvolgende H-sein ‘Nr. 277’ kan worden gestopt.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen, welke treinen door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 277
´H´-sein
Stoppen voor het sein.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen, welke treinen door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 278
Knipperend witte ´X´
Snelheid zodanig begrenzen dat voor het eerstvolgende sein ‘Nr. 279 Witte ‘X’’ of een lichtsein, dat rood licht uitstraalt, kan worden gestopt.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 279
Witte ´X´
Stoppen vóór het sein.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 280
Witte ´G´
Voorbijrijden toegestaan met inachtneming van de bijbehorende lichtseinen en snelheid zodanig begrenzen dat bij het eerstvolgende sein ‘Nr. 281 Entreesnelheidsbord’ de door dat sein aangegeven snelheid niet wordt overschreden.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 281
Entreesnelheidsbord
Aan het begin van de tunnel of dalende helling rijden toegestaan met de door het getal aangegeven snelheid.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 282
Adviessnelheidsbord
Aanduiding van de door het getal aangegeven adviessnelheid die de machinist moet trachten aan te houden.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 282a
Adviessnelheidsbord
Aanduiding van de door het getal aangegeven adviessnelheid die de machinist moet trachten aan te houden.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 286
Entreesnelheidsverminderingsbord
Snelheid begrenzen tot de door het getal aangegeven snelheid. Deze snelheid moet bereikt zijn bij het eerstvolgende sein ‘Nr. 281 Entreesnelheidsbord’.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

7 Seinen met stopopdrachten

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 300
Stopbord
Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden.

Als het onderbord meerdere opdrachten vermeldt, dan moeten deze worden uitgevoerd voordat het bord voorbij gereden mag worden.
Nr. 300a
Stopbord met brandende witte lamp
Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden.

De wissels achter het sein liggen in de stand zoals aangegeven door het wisselsein, seinnummer 253a/b.
Nr. 300b
Stopbord met gedoofde lamp
Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden.

De wissels achter het sein moeten lokaal worden bediend.
Nr. 301
Stopbord
Stoppen vóór het bord en de opdracht die op het onderbord staat vermeld, uitvoeren. Als geen opdracht wordt vermeld, mag na het stoppen verder worden gereden.
Nr. 301b
Facultatief stopbord
Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden. Als de toestemming vooraf is verkregen, mag sein 301b zonder stoppen voorbij worden gereden.
Nr. 301c
Stopbord met brandende witte lamp
Stoppen voor het bord en de opdracht die op het onderbord vermeld staat, uitvoeren.

De brandende witte lamp betekent dat de wissels achter het sein in de juiste stand van de aangevraagde rijweg liggen en veilig berijdbaar zijn.
Nr. 301d
Stopbord met gedoofde lamp
Stoppen voor het bord en de opdracht, die op het onderbord vermeld staat, uitvoeren.

De gedoofde witte lamp betekent dat de wissels achter het sein lokaal moeten worden bediend.
Nr. 301e
Facultatief stopbord met brandende witte lamp
Stoppen voor het bord, tenzij de opdracht, vermeld op het onderbord, is uitgevoerd.

De wissels achter het sein liggen in de stand zoals aangegeven door het wisselsein, seinnummer 253a/b.
Nr. 301f
Facultatief stopbord met gedoofde lamp
Stoppen voor het bord, tenzij de opdracht, vermeld op het onderbord, is uitgevoerd.

De wissels achter het sein worden lokaal bediend.
Nr. 242
Stopseinlantaarn/-bord
Stoppen vóór het sein.Geldt niet voor bestuurders van treinen waarmee wordt gerangeerd.
Nr. 302
‘R’-bord
Stoppen vóór het sein.Geldt alleen voor bestuurders van treinen waarmee wordt gerangeerd.
Nr. 322‘
VS’-bord
Stoppen vóór het sein, tenzij de bestuurder in het bezit is van een geldige aanwijzing Verkeerd Spoor voor het betrokken spoor.
Nr. 513
Afsluitbord
DagNacht (rood licht of reflecterend)Stoppen vóór het sein.
Nr. 243
Afsluitlantaarn/-bord
Nr. 243
Afsluitlantaarn/-bordStoppen vóór het sein. Indien het sein op een beweegbare brug is geplaatst, stoppen voor de brug.

Eventueel is het bord bij een stootjuk dubbel uitgevoerd en/of voorzien van een rode lamp.
Nr. 244a/b
Afsluitlantaarn veilig
De inrichting(en) achter het sein is veilig berijdbaar.
Nr. 512b
Rood licht of rode vlag of rode lichtgevende balk
Nr. 512b
Rood licht of rode vlag of rode lichtgevende balkStoppen vóór het sein
Nr. 331
Blokbord
Stoppen vóór het sein, tenzij de treindienstleider vooraf toestemming heeft gegeven om het sein voorbij te rijden.
Nr. 375
Opdrachtbord
De opdracht vermeld op het onderbord uitvoeren alvorens het bord voorbij te rijden.

Dit bord wordt onder meer toegepast op locaties waarover wegverkeer plaatsvindt en de machinist een overweg moet bedienen.

8 Seinen voor spoorvoertuigen met stroomafnemers

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 306a
Uitschakelbord
Uitschakelen tractiestroom.
Nr. 307a
Inschakelbord
Inschakelen tractiestroom toegestaan.

Indien een onderbord is aangebracht geldt:

-voor getrokken treinen:
inschakelen tractiestroom mag slechts geschieden indien het aantal elektrische locomotieven ten hoogste het op het onderbord vermelde aantal bedraagt en

-voor overige treinen:
inschakelen tractiestroom mag slechts geschieden indien de trein de op het onderbord aangegeven treinlengte niet overschrijdt.
Nr. 308a
Bord ‘Aankondiging stroomafnemers neer’
Aankondiging stroomafnemers neerlaten.
Nr. 309a
Bord ‘Stroomafnemers neer’
Stroomafnemers moeten zijn neergelaten.
Nr. 309c
Bord ‘Stroomafnemers neer’ bij rijtuigwasinrichting
De stroomafnemers moeten zijn neergelaten bij gebruik van de wasinrichting.
Nr. 310a
Bord ‘Stroomafnemers op’
Toestemming om de stroomafnemers op te zetten.

Indien een onderbord is aangebracht geldt:

-voor getrokken treinen:
inschakelen tractiestroom mag slechts geschieden indien het aantal elektrische locomotieven ten hoogste het op het onderbord vermelde aantal bedraagt.en

-voor overige treinen:
inschakelen tractiestroom mag slechts geschieden indien de trein de op het onderbord aangegeven treinlengte niet overschrijdt.
Nr. 311(l/r)
Bord ‘Einde bovenleiding’
Voorbijrijden met opgezette stroomafnemers niet toegestaan.

Indien een bovenbord is aangebracht is voorbijrijden met opgezette stroomafnemers niet toegestaan in de richting waarnaar de pijl wijst.
Nr. 320
Aanduiding locatie omschakelen hoogspanning
Aanduiding van de bovenleidingspanning voorbij het volgende bord ‘Nr. 310a Stroomafnemers op’.

Op het onderste bord is deze bovenleidingspanning vermeld.

9 Seinen op kracht- en overige spoorvoertuigen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 401
Frontseinen
Tijdens het gebruik van de hoofdspoorweg gezien de rijrichting is de trein voorzien van

• drie brandende witte of gele lichten aan de voorzijde;

• bij gebruik van het hogesnelheidsspoorwegsysteem drie brandende witte lichten aan de voorzijde.

Indien treinstellen tijdens het gebruik van de hoofdspoorweg zijn gekoppeld, wordt de verlichting op de plaats van de koppeling gedoofd.
Nr. 401b
geduwde trein
Historische voertuigen die van oudsher de A-configuratie van de opstelling van de frontseinen niet kunnen tonen, mogen ook een L-configuratie tonen.

Uitsluitend voor historische voertuigen die daarvoor niet ingericht zijn, bij geduwd rangeren, twee naar voren gerichte witte lampen op gelijke hoogte op het voorste voertuig van een geduwde trein
Nr. 401c
Trein en locomotief op spoorwegemplacement
Een krachtvoertuig is tijdens het gebruik van een hoofdspoorweg uitsluitend binnen een spoorwegemplacement aan de voor- en aan de achterzijde voorzien van een brandend wit licht.

Het aan de voor- en aan de achterzijde voorzien van tenminste een brandend wit licht is niet van toepassing gedurende de periode dat een locomotief of een trein op een hoofdspoorweg binnen een spoorwegemplacement is geparkeerd.
Nr. 413
Twee rode lichten met één, twee of drie witte lichten
Stoppen in verband met gevaar.
Nr. 401d
Twee afwisselend of gelijktijdig knipperende, witte lichten aan frontzijde
Stoppen in verband met gevaar.
Nr. 403
Sluitseinen
Bij treinen:

Twee brandende, al dan niet knipperende, rode lichten aan de achterzijde of twee schilden (403-1, 403-2 of 403-5).

In het internationale verkeer moeten de schilden voldoen aan het model uit de TSI-OPE.
Nr. 403
Sluitseinen (vervolg)
Bij treinen van het hogesnelheid spoorwegsysteem tijdens het gebruik van de hoofdspoorweg:

Twee brandende rode lichten aan de achterzijde (403-1).
Nr. 403
Sluitseinen (vervolg)
Bij treinen op een buiten dienst gesteld spoor:

Een brandend, al dan niet knipperende, rood licht aan de achterzijde (403-3 of 403-4).
Nr. 403
Sluitseinen (vervolg)
Bij treinen niet bestemd voor het vervoer van personen:

Aan de achterzijde zijn voorzien van een brandend, al dan niet knipperend, rood licht of twee schilden (403-3, 403-4 of 403-5).
Nr. 403-6
Internationaal sluitschild
In het internationale verkeer moeten de schilden voldoen aan het model uit de TSI-OPE (paragraaf 4.2.2.1.3.2).

Twee reflecterende platen met aan de zijkanten witte driehoeken en boven- en onderaan rode driehoeken
Nr. 410
Gele vlag(gen)
Niet tegen het spoorvoertuig rangeren of afstoten.
Nr. 412a
Rood zwaai- / knipper- / flitslicht
Aanduiding aan het wegverkeer van een trein.

10 Remproefseinen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 702a
Remmen vast
Een blauw licht of een gebaarRemmen vast.
Nr. 702b
Remmen los
Twee blauwe lichten of een gebaarRemmen lossen.
Nr. 702c
Remmen in orde
Drie blauwe lichten of een gebaar.Remproef geslaagd.

11 Vertrekseinen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 706
Vertrekseinlicht
Toestemming voor het starten van de vertrekprocedure.
Nr. 700
Knipperend vertrekseinlicht
Wit knipperend licht met daaronder een V
Er is toestemming voor het starten van de vertrekprocedure.

12 Overige vaste seinen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 305
Verkenbord
Aanduiding van de nadering van een perron voor reizigers op remwegafstand.
Nr. 312
Fluitbord
Geef een geluidssignaal overeenkomstig sein ‘Nr. 605 Een matige lange toon’.
Nr. 312a
Facultatief fluitbord
Geef een geluidssignaal overeenkomstig sein ‘Nr. 605 Een matige lange toon’, indien personen het overpad naderen.
Nr. 253a/b
Wisselsein
Aanduiding van de stand van het wissel:

a. linksleidend, en
b. rechtsleidend.
Nr. 274
Weegbrugsein rond
Berijden van de weegbrug toegestaan met de voor die brug geldende snelheid overeenkomstig sein ‘Nr. 324 Snelheidsbord Overweg/Weegbrug’.
Nr. 275
Weegbrugsein driehoekig
Berijden van de weegbrug toegestaan met de plaatselijke snelheid.
Nr. 350
Attentiebord ‘Lichtsein(en) buiten dienst’
Aanduiding van een of meer volgende lichtseinen overeenkomstig ‘Nr. 351 Afgekruist lichtsein’ die zo mogelijk zijn gedoofd.
Nr. 351
Afgekruist lichtsein
Aanduiding dat het lichtsein geen betekenis heeft.
Nr. 317
Bord ‘Rijden op zicht’
Voorbijrijden toegestaan met een zodanige snelheid, die niet hoger is dan 40 kilometer per uur, om op elke plaats achter dit sein te kunnen stoppen in verband met een mogelijke belemmering dan wel het ontbreken van de zekerheid dat de inrichtingen, gelegen tussen dit sein en het eerstvolgende lichtsein, goed functioneren.
Nr. 333
Bord ‘Einde beveiligd gebied’
Aanduiding van het einde van een beveiligd gebied.
Nr. 318a
Bord ‘Aankondiging overweg’
Aanduiding van het beginpunt van de aankondiging van een overweg.

De cijfers op het bord geven de kilometer- en hectometeraanduiding van de spoorwegovergang aan.
Nr. 318b
Bord ‘Aankondiging overweg’
Aanduiding van het beginpunt van de aankondiging van twee achter elkaar gelegen overwegen.

De cijfers op de borden geven de kilometer- en hectometeraanduiding van de spoorwegovergangen aan, waarbij het bovenste cijfer betrekking heeft op de verst verwijderde spoorwegovergang.
Nr. 338
GSM-R omschakelbord
GSM-R handmatig omschakelen naar het aangegeven nationale netwerk.
Nr. 303
Blauw licht (stopplaatssein)
Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein tot stilstand moet komen voor een goede dienstuitvoering.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van personen.
Nr. 304a
Treinlengtebord
Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein tot stilstand moet komen voor een goede dienstuitvoering.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van personen.
Nr. 304b
Treinlengtebord
Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein, bestaande uit ten hoogste het aantal door het getal aangegeven spoorvoertuigen, tot stilstand moet komen voor een goede dienstuitvoering.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van personen.
Nr. 304c
Treinlengtebord
Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein bij perrons met perronfases tot stilstand moet komen voor een goede dienstuitvoering.

Het bovenste getal geldt voor treinen die op beide perronfases kunnen halteren.

Het onderste getal geldt voor treinen die in hun geheel langs de tweede of volgende perronfase tot stilstand moeten komen omdat deze de wissels langs het perron in de afbuigende stand berijden of omdat de bestuurder hiervoor expliciet instructie heeft gekregen.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van personen.
Nr. 512a
Blauwe vlag/blauw licht
Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein tot stilstand moet komen voor een goede dienstuitvoering.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen voor het vervoer van personen.
Nr. 226a
Snelheidsverminderingsbord voor overweg
Snelheid zodanig begrenzen om vóór de aangegeven overweg(en) te kunnen stoppen.
Nr. 226b
Wit licht met geel vlak (overwegsein)
Berijden van de overweg(en) toegestaan.
Nr. 226c
Gedoofd wit licht met geel vlak (overwegsein)
Stoppen vóór de overweg(en).
Nr. 360a
Signaleringslichten voor spoorbezetting.

Twee vaste lichten
Rangeren toegestaan.
Nr. 360b
Signaleringslichten voor spoorbezetting.

Boven: knipperend wit licht,
Onder: wit licht
Aanduiding van de afstand tussen het voorste spoorvoertuig en het einde van het spoor die minder dan 200 meter en meer dan 50 meter bedraagt.
Nr. 360c
Signaleringslichten voor spoorbezetting.

Twee knipperende witte lichten
Aanduiding van de afstand tussen het voorste spoorvoertuig en het einde van het spoor die minder dan 50 meter bedraagt.
Nr. 370
Matrixbord met signalering ‘anti-icing in dienst ‘voor een anti-icinginstallatie
Wanneer ijskristal wit oplicht:Anti-icinginstallatie is in dienst.

Indien bord gedoofd is dan is de anti-icinginstallatie niet in dienst.
Nr. 371
Matrixbord met snelheidsinstructie voor een anti-icinginstallatie
Wanneer snelheidsindicatie wit oplicht:

De anti-icinginstallatie behandelt de trein. De adviessnelheid voor het rijden door de anti-icinginstallatie is 5 kilometer per uur

Indien bord gedoofd is dan conform de instructie het proces vervolgen.
Nr. 372
Matrixbord met aanduiding actuele snelheid van een trein voor een anti-icinginstallatie
Matrix geeft de actuele snelheid aan in kilometer per uur

Toelichting;
Bord is een hulpmiddel voor de machinist om de trein met 5 kilometer per uur door een anti-icinginstallatie te rijden.

Indien bord gedoofd is dan conform de instructie het proces vervolgen.
Nr. 373
Treinlengtebord voor anti-icing
Aanduiding van de plaats waar een met anti-icing behandelde trein de anti-icinginstallatie heeft verlaten.

Het onderbord geeft de lengte van de trein aan in rijtuigen.

De trein heeft de anti icing installatie verlaten indien deze uit het aantal op het onderbord vermelde spoorvoertuigen bestaat.
Nr. 374
Matrixbord met opdracht voor de machinist voor een anti-icinginstallatie
Wanneer matrixbord oplicht moet de machinist de opdracht uitvoeren.

Daarbij houdt de machinist rekening met de voor het materieeltype geldende remvoorschriften.

Indien bord gedoofd is dan conform de instructie het proces vervolgen.

13 Seinen voor ETCS

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 336
ETCS cabineseingeving
ETCS-cabine-seingeving actief. Treinen zonder ETCS cabinesignalering zo spoedig mogelijk stoppen en opdracht van de treindienstleiding opvolgen.
Nr. 337
Einde ETCS cabineseingeving
Einde ETCS-cabine-seingeving of ETCS-rijtoestemming.
Nr. 227b l/r/o
Stopplaatsmarkering
Stopplaatsmarkering voor treinen die onder ETCS-cabineseingeving of een ETCS-rijtoestemming rijden of in SR mode rijden.

De punt wijst naar het spoor waarvoor het sein geldt.
Nr. 227a l/r
Wit licht: ETCS niveau 1 actief, stopplaatsmarkering
Hoog of laag geplaatst wit licht
ETCS level 1 achter het sein. Voorbijrijden toegestaan; daarna ETCS-cabineseingeving opvolgen.

De punt wijst naar het spoor waarvoor het sein geldt.
Nr. 227c l/r
gedoofd licht: Stopplaatsmarkering
Stopplaatsmarkering voor treinen die onder ETCS-cabineseingeving of een ETCS-rijtoestemming of in SR mode rijden.

De punt wijst naar het spoor waarvoor het sein geldt.
Nr. 228
Stopplaatsmarkering
Nr. 228 — StopplaatsmarkeringStopplaatsmarkering voor treinen die onder ETCS-cabineseingeving of een ETCS-rijtoestemming rijden. Treinen zonder cabineseingeving: stop.

14 Handseinen voor materieelverplaatsing

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 518a
Van de seingever af
Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)Rijden van de seingever af.
Nr. 519a
Naar de seingever toe
Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)Rijden naar de seingever toe.
Nr. 520a
Afstoten
Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)Afstoten.
Nr. 521
Snelheid verminderen
Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)Snelheid verminderen en rekenen op sein ‘Nr. 522a Stoppen’.
Nr. 522a
Stoppen
Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)Stoppen.
Nr. 528a
Bijdrukken/combineren
Nr. 528a Bijdrukken/combinerenBijdrukken/combineren.

15 Gevaarseinen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 605
Attentiesein, een matige lange toon
Opletten.
Nr. 606
Gevaarsein, tenminste vijf korte tonen
Er dreigt gevaar.
Nr. 508
Gevaarsein met rode vlag/rood licht
Dag (rode vlag) – Nacht (rood licht)Stoppen in verband met gevaar.
Nr. 509
Gevaarsein met hand/wit licht
Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)Stoppen in verband met gevaar.

16 Seinen voor de persoonlijke veiligheid

16.1 Vaste waarschuwingsinstallatie bij uitzicht belemmerende objecten (wubo)

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 708
WUBO Twee witte lichten
Er nadert geen trein, vanuit de richting van het uitzichtbelemmerende object, over het spoor waarop het sein betrekking heeft.
Nr. 709
WUBO Twee wisselende witte lichten
Er nadert een trein, vanuit de richting van het uitzichtbelemmerende object, over het spoor waarop het sein betrekking heeft.

16.2 Vaste waarschuwingsinstallatie op bruggen (wibr)

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 710
WIBR Twee verticale, witte lichten per spoor
Er nadert geen trein over het spoor van de brug waarop het sein betrekking heeft.
Nr. 711
WIBR Twee verticale, wisselende witte lichten per spoor
Er nadert een trein over het spoor van de brug waarop het sein betrekking heeft.

16.3 Vaste waarschuwingsinstallatie voor dienstoverpaden (wido)

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 720
WIDO Twee witte lichten
Er nadert geen trein over het spoor waarop het sein betrekking heeft.
Nr. 721
WIDO Twee knipperende witte lichten
Er nadert een trein over het spoor waarop het sein betrekking heeft.

16.4 Vaste waarschuwingsinstallatie in tunnels (wit)

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 722
WIT Twee verticaal, witte lichten
Er nadert geen trein over het spoor waarop het sein betrekking heeft.
Nr. 723
WIT Twee verticaal, wisselde witte lichten
Er nadert een trein over het spoor waarop het sein betrekking heeft.

16.5 Geluids- en lichtseinen bij werkzaamheden

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 614
Geluidssein een matig lange toon
Opletten in verband met de nadering van een trein over het spoor waarnaast men zich bevindt.
Nr. 616
Geluidssein tenminste vijf korte tonen
Er dreigt gevaar!
Nr. 617
Geluidssein lange, korte en lange toon
Opletten in verband met de nadering van een trein over het spoor waarin men zich bevindt.
Nr. 618
Geluidssein een korte toon
De werkzaamheden kunnen beginnen of hervat worden.
Nr. 724a
Oranje zwaai- of flitslicht en sirene.
Er nadert een trein.
Nr. 724b
Niet werkend oranje zwaai- of flitslicht en sirene.
Er nadert geen trein.

17 Kenborden

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
HectometerbordHectometer-aanduiding
Hectometerbord overgangHectometer-aanduiding van een overgang
SeinnummerbordAanduiding van het nummer van het sein
Seinnummerbordmet VAanduiding van het nummer van een voorsein.
Seinnummerbord met RAanduiding van het nummer van een herhalingssein Nr. 272 of 273 dat is gekoppeld aan een lichtsein met hetzelfde nummer.
Seinnummerbord met CAanduiding van het nummer van een codewisselsein Nr. 330 dat is gekoppeld aan een lichtsein met hetzelfde nummer.
Toegevoegd seinnummerbordAanduiding van een lichtsein zonder origineel nummer.
PijlbordPijlbordAanduiding van het spoor waarvoor het sein bestemd is.

Aanduiding van de sporen waarvoor het sein bestemd is.
WisselnummerbordAanduiding van het nummer van een wissel.
KrukkastbordAanduiding van een kast waarin zich een wisselkruk bevindt.
TelefoonkastbordAanduiding van een kast waarin zich een telefoon bevindt waarmee rechtstreeks contact kan worden opgenomen met de treindienstleider.
Bord ‘Einde looppad’Aanduiding van het einde van een looppad.

18 Markeringen

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Wit/zwart vlak op contragewicht, omzetstoel of wisselstandaanwijzerAanduiding van de normaalstand van een ter plaatse te bedienen wissel, indien het witte vlak boven is.

Na het berijden wordt het wissel in de in normaalstand teruggelegd.
VrijbalkAanduiding van de uiterste grens op een spoor waar spoorvoertuigen geplaatst kunnen worden zonder in aanraking te komen met spoorvoertuigen op het nevenspoor.

19 Lokaal voorkomende seinen

19.1 Amsterdam

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 215b
Rood met gele driehoek
Stoppen vóór het sein.
Nr. 223
Laag geplaatst wit licht met vierkant zwart bord met gele driehoek met de punt omlaag
Bij nadering van het lichtsein: het lichtsein heeft geen betekenis.

Bij vertrek vanuit de stilstand: rijden toegestaan met een zodanige snelheid, die niet hoger is dan 40 kilometer per uur, om op elke plaats achter dit sein, waar een belemmering voor het verder rijden aanwezig is, te kunnen stoppen.

19.2 Venlo

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 301a
Stopbord E-Tractie
Stoppen voor het bord.

Geldt alleen voor bestuurders van losse, elektrische locomotieven die niet geschikt zijn voor 15.000 V wisselspanning.

Geldt alleen voor bestuurders van losse, elektrische locomotieven die niet geschikt zijn voor 1.500 V gelijkspanning.
Nr. 224
Wit licht bij gedoofd lichtsein met bord VS
Rijden toegestaan met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur, als de bestuurder in het bezit is van een geldige aanwijzing Verkeerd Spoor voor het betrokken spoor.

19.3 Kijfhoek

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 270a
Heuvelaanrijsein keper omhoog
Rijden over de rangeerheuvel naar de verdeelsporen toegestaan.
Nr. 270b
Heuvelaanrijsein keper omlaag
Opduwen van te heuvelen spoorvoertuigen toegestaan. Niet toegestaan met de locomotief het sein voorbij te rijden.
Nr. 270c
Heuvelaanrijsein rode balk
Voorbijrijden van het sein alleen toegestaan na toestemming van de treindienstleider.

19.4 Nederlands – Belgisch baanvakken

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 349
Bord ‘Seinen rechts naast spoor’
Aanduiding van de plaatsing van de seinen aan de rechterzijde van het spoor waarvoor zij bestemd zijn.
Nr. 349a
Belgisch pijlbord
Aanduiding van het spoor waarvoor het sein bestemd is.

19.5 Diverse baanvakken

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 306b
Uitschakelbord
Uitschakelen tractiestroom.Geldt alleen voor bestuurders van treinen, voorzien van stroomafnemers, die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 307b
Inschakelbord
Inschakelen tractiestroom toegestaan.

Indien een onderbord is aangebracht, mag het inschakelen van de tractiestroom slechts geschieden indien de trein uit niet meer dan het aantal op het onderbord vermelde spoorvoertuigen bestaat.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen, voorzien van stroomafnemers, die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 308b
stroomafnemers neer
Binnen driehonderd meter de stroomafnemers neerlaten.Geldt alleen voor bestuurders van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 309b
stroomafnemers neer
De stroomafnemers moeten zijn neergelaten.Geldt alleen voor bestuurders van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.
Nr. 310b
stroomafnemers op
Toestemming om de stroomafnemers op te zetten.Geldt alleen voor bestuurders van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

19.6 Baanvakken Tilburg – ‘s Hertogenbosch en Boxtel – Eindhoven

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 725a
Gedoofd licht
Sein geeft geen opdracht.
Nr. 725b
Knipperen rood licht
Aanduiding van de activering van de werkzoneschakelaar voor het spoor waarop de werkzonelamp betrekking heeft.

19.7 Amersfoort

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr 268a/b
Heuvelen verboden
a.
Niet toegestaan spoorvoertuigen naar of over de heuvel te duwen.
b.
Nr 269a/b
Heuvelen toegestaan
a.
Duwen van spoorvoertuigen naar of over de heuvel Toegestaan.
b.

20 Seinen op buitendienstgesteld spoor

Nr. / SeinAfbeeldingBetekenis
Nr. 725b
Knipperen rood licht (hoog en laag)
Voor werktreinen:

Stop vóór het sein. Voor de persoonlijke veiligheid:

De werkzoneschakelaar voor de werkzone die ligt voor het betreffende sein is geactiveerd.

MACHINIST ROY